Het woord 'dyslexie' komt uit het Grieks en is een samenstelling van de woorden ‘dys’ (‘moeite met’) en ‘lexis’ ('woord’ of ‘spreken'). Kinderen met dyslexie hebben moeite met lezen en spellen, omdat ze problemen hebben met de fonologie: het onderdeel van taal dat klanken betreft.
Een foneem is het kleinste klankonderdeel van een woord. Zo bestaat het woord ‘kat’ uit drie fonemen: k-a-t. Bij dyslexie verloopt het herkennen en koppelen van klanken aan letters moeizaam. Daardoor hebben kinderen met dyslexie vaak meer oefening en herhaling nodig om goed te leren lezen en spellen.
Bij kinderen met dyslexie loopt de taalverwerking op een andere manier. Officieel wordt dyslexie in Nederland aangeduid als: " Een specifieke leerstoornis die zich uit in ernstige en hardnekkige problemen met het aanleren en vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau. Deze problemen zijn niet het gevolg van een andere verklaring, zoals onvoldoende intelligentie, onvoldoende onderwijs of ernstige sociaal-emotionele problemen". Bij dyslexie kunnen zowel lees- als spellingproblemen voorkomen, maar deze komen ook los van elkaar voor. Ieder kind met dyslexie heeft zijn of haar eigen moeilijkheden met lezen en/of spelling.
Als oorzaak van dyslexie wordt veelal uitgegaan van een verstoring in de hersenen, waarbij de koppeling van letters aan klanken (fonemen) niet goed verloopt. De tienduizenden neuronen die voor taal noodzakelijke boodschappen vervoeren, maken niet de juiste aansluitingen die goed lezen mogelijk maken. De hersenen compenseren deze storing door andere hersengebieden en -functies te gebruiken. Op jonge leeftijd kan stimulering en training van de hersenen tot betere compensatie leiden, mede daarom is vroege signalering en behandeling van dyslexie zo belangrijk.
Wist je dat?
Al voordat kinderen naar school gaan, kunnen er signalen zijn die wijzen op dyslexie. Denk aan een trage taalontwikkeling, moeite met rijmen, het niet kunnen opzeggen van de dagen van de week of het benoemen van kleuren. Ook vinden jonge kinderen met dyslexie het vaak lastig om het verschil te horen tussen klanken zoals 'm' en 'n' of 'f' en 'v'.
Bij het leren spellen gebruiken kinderen met dyslexie regelmatig verkeerde lettercombinaties voor klanken, of ze draaien de volgorde om. Voorbeelden hiervan zijn ‘beok’ in plaats van ‘boek’ of ‘trien’ in plaats van ‘trein’.
Daarnaast hebben zij vaak moeite met het automatiseren van kennis. Niet alleen spellingsregels zijn lastig, maar ook bijvoorbeeld tafels, jaartallen of vaste reeksen.
De leesproblemen vallen vooral op bij hardop lezen. Vaak lezen kinderen met dyslexie traag, en gebruiken ze een spellende of radende strategie.